Het relativiteitsvereiste en overheidsaansprakelijkheid voor het schietincident in Alphen a/d Rijn

Datum : 20-9-2019 21:21:43
Door : Michiel de Groote

Het relativiteitsvereiste en overheidsaansprakelijkheid voor het schietincident in Alphen a/d Rijn

Vandaag verscheen het arrest van de Hoge Raad over aansprakelijkheid van de overheid voor het vreselijke schietincident in winkelcentrum De Ridderhof te Alphen a/d Rijn (ECLI:NL:HR:2019:1409). Op 9 april 2011 doodde een schutter daar zes mensen. Zestien mensen raakten gewond en verder is er een aanmerkelijke schade aangericht. Na zijn daad heeft de schutter zichzelf van het leven beroofd. De korpschef van de politie heeft in november 2008 een wapenvergunning (verlof voor het hebben en vervoeren van een vuurwapen) verstrekt en nadien verlengd. Er waren toen echter al indicaties dat dit niet had moeten gebeuren. Nabestaanden, slachtoffers van de ramp en een aantal winkeliers hielden de overheid aansprakelijk en eisten schadevergoeding. De overheid (de politie in dit geval) is inderdaad aansprakelijk, zegt nu de Hoge Raad. Daarmee bevestigt hij het oordeel van het Gerechtshof. Er zijn meerdere juridische aspecten te belichten uit het oogpunt van overheidsaansprakelijkheid. In dit blog richt ik me op de invulling van het relativiteitsbeginsel.

Om tot een schadevergoeding vanwege onrechtmatig handelen te komen, moet er aan verschillende eisen zijn voldaan. Naast een onrechtmatige handeling moet er oorzakelijk verband bestaan tussen de handeling en de (gestelde) schade. Verder moet de norm die met de onrechtmatige gedraging is geschonden mede strekken tot het beschermen van de schade die zich voordoet. Dit wordt het relativiteitsvereiste genoemd (zie artikel 6:163 BW). Meer precies gezegd gaat het hierom: bij beantwoording van de vraag of er aan het relativiteitsvereiste is voldaan moet worden gekeken naar het doel en de strekking van de geschonden norm, aan de hand waarvan moet worden onderzocht tot welke personen en tot welke schade en welke wijze van ontstaan van schade de daarmee beoogde bescherming zich uitstrekt. Deze invulling is afkomstig van het (voor liefhebbers) bekende arrest ‘Duwbak Linda’ van 7 mei 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO6012). Ter verduidelijking: het doel achter een bepaalde beslissingsbevoegdheid speelt dus mee om de reikwijdte te bepalen van de schadeplichtigheid wanneer het fout gaat met die beslissingsbevoegdheid.

Terug naar het arrest van vandaag. De Hoge Raad volgde het gerechtshof wat betreft de invulling van de relativiteitseis. De rechtbank oordeelde juist dat de politie weliswaar onrechtmatig had gehandeld, maar dat er niet was voldaan aan het relativiteitsvereiste uit artikel 6:163 BW. De door de politie geschonden was die van een zorgvuldige besluitvorming bij het verlenen van wapenverlof. Deze norm ziet kort gezegd niet op het beschermen van schade van individuen, aldus de rechtbank. Eenzelfde redenering is overigens gebruikt bij het eerdergenoemde arrest ‘Duwbak Linda’. In de zaak over Alphen a/d Rijn heeft het gerechtshof de wetsgeschiedenis uitgebreid bestudeerd. Het gerechtshof heeft daarin gelezen, dat wapenvergunningen er zijn om illegaal wapenbezit tegen te gaan (ten behoeve van de algemene veiligheid) én om burgers te beschermen tegen gevaren c.q. slachtoffers te voorkomen. Met dat laatste wordt de reikwijdte van het doel van het fenomeen wapenvergunning wat opgerekt. De toets die de politie moest doen diende zogezegd dus onder andere om een schietincident als in Alphen a/d Rijn te voorkomen. Om die reden oordeelde het gerechtshof – terecht, zo weten na vandaag – dat er wel degelijk is voldaan aan het relativiteitsbeginsel.

Ter afronding nog het volgende om een en ander in juridisch perspectief te plaatsen. Enerzijds is de gedachte van gerechtshof en Hoge Raad over de relativiteitseis begrijpelijk, aangezien er kan worden aangesloten bij de vrij duidelijke wetsgeschiedenis (zie hiervoor het hof-arrest, ECLI:NL:GHDHA:2018:541, r.o. 8.1 t/m 8.12). Anderzijds gaat het ook best ver om aansprakelijkheid aan te nemen, gekeken naar het arrest ‘Duwbak Linda’. De (meervoudige) rechtbank is niets voor niets gekomen tot het oordeel dat niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan. Hoe dan ook, ergens is deze zaak een bijzonder geval nu er ten onrechte een wapenvergunning was verleend en niet lang erna een bijzonder triest schietincident plaatsvond. De kans dat zich precies zo’n zelfde geval zal voordoen, is niet zo groot. Laten we dat in ieder geval heel erg hopen. Voor het leerstuk van de overheidsaansprakelijkheid is het arrest zeker van belang, al schept het niet een heel nieuw kader. Het is verder tamelijk casuïstisch en in zoverre enigszins beperkt in waarde.

Hier treft u nog de link naar het arrest: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:1409

Michiel de Groote, advocaat

[Photo by S. Zeller on Unsplash]

Terug